Groep 2B

Leerkracht: Astrid Verschuren (ma) en Melanie de Regt (di t/m vr)

 

Gym: Woensdag en vrijdag

Muziek: Dinsdag 

 

Klassenouder: Jessica de Lugt (moeder Juul)

AC-ouder: Emmeke Boerkamp (moeder Aiden)

Luizenpluizers: Marlouke Vellinga (moeder Anouk)

 

BERICHTEN

01 mrt 2021 - Maart

Beste ouders, 

 

De komende periode werken we in de groep met het anker ‘Eten en drinken’ van Schatkist. In dit anker maken we kennis met smaak. We leren dat smaken kunnen verschillen, we onderzoeken welk eten we zelf lekker vinden en we maken kennis met zuur, zout en zoet. We praten over boodschappen doen en over het maken van soep.

 

Wat beleven we met Pompom?  

Pompom en Loeloe maken het ontbijt klaar om oma te verrassen. Oei, ze gebruiken erg veel suiker en knoeien nogal. Poes Snoes loopt door de geknoeide yoghurt en maakt met haar pootjes vieze vlekken door de keuken. En dan gaat de deur open en staat oma in de keuken! Zal oma boos zijn? Oma vraagt aan Pompom en Loeloe of poes Snoes de rommel in de keuken gemaakt heeft. Maar zijn zij wel eerlijk tegen oma? 

 

Wat beleven we met Zoem? 

Zoem maakt soep samen met oma. Kuif, het nieuwe vriendje van Zoem, vindt de soep ook erg lekker. Zoem ontdekt de <ui> in de lettervermicelli. De letter <ui> bestaat uit twee letters! Dan snijdt oma de ui voor in de soep. Zoem krijgt er tranen van in zijn ogen! Oma vertelt dat dit komt door de scherpe prikkelende geur van de ui. We spelen een spelletje met de zakdoek van Zoem. Als je de klank /ui/ hoort, wrijf je met de zakdoek in je ogen. Hoor je de klank niet, dan doe je niets. Dat spelletje kunnen we al heel goed! Daarna voelen en kijken we wat er gebeurt als je /ui/ zegt. Je lippen maken een rondje. Je open mond gaat dicht. Voel je ook hoe je tong achteraan duwt?  

 

Wat doen we in de groep? 

  • We lezen het ankerverhaal ‘Regenboogsoep’. Opa en oma komen eten. Roos stelt voor om lekkere broodjes te kopen. Maar mama wil dat er echt gekookt wordt. Roos en papa maken daarom regenboogsoep. Ze kopen samen alle ingrediënten die ze nodig hebben. Ze maken samen soep… maar of de soep ook zal smaken? 
  • We proeven verschillende smaken: zout, zuur en zoet. We praten samen wat we het lekkerst vinden.  

 

Restaurant 

We praten verder over het onderwerp restaurant en we maken ook een echt restaurant in de poppenhoek. We koken heerlijke gerechten en oefenen om als ober het eten naar de gasten te brengen. We leren om de tafel te dekken en we bespreken hoe we bestellingen het beste kunnen onthouden: door ze op te schrijven!   

 

Hoe kunt u aansluiten bij het anker? 

Als we een week met het anker bezig zijn, kunt u met uw kind het volgende doen: 

 

Samen praten 

  • Praat samen over wat jullie wel lekker vinden en wat juist niet. Vinden jullie hetzelfde lekker? Vinden jullie hetzelfde niet zo lekker? Waar zitten de verschillen? Wat kunnen jullie bedenken om eten dat je niet zo lekker vindt toch op te eten? Vertel ook wat u als kind wel en niet lekker vond en of uw smaak veranderd is nu u ouder bent geworden.  
  • Praat samen over wat uw kind lekker vindt. Geef hier iets van mee naar school, bijvoorbeeld een foto van het ontbijt of lege verpakkingen van een favoriete maaltijd, een lekker recept of een afbeelding uit een reclamefolder van een product dat uw kind graag eet. 

 

Samen doen 

  • Kijk samen eens naar de verschillende soorten groenten op de groenteafdeling van de supermarkt, in een groentewinkel of bij een groentekraam op de markt. Welke groenten kent uw kind? En welke niet? Vertel welke groente het is en bijvoorbeeld ook waar deze vandaan komt. Vaak staat dit ergens op een bord of op de verpakking vermeld. Wat vindt uw kind lekker om te eten? Laat het bijvoorbeeld een groente uitkiezen die hij of zij lekker vindt of nog nooit geproefd heeft. Maak deze thuis samen klaar. 
  • Laat uw kind meehelpen met het uitpakken van de boodschappen. Sorteer de boodschappen op ‘lekker’ en ‘minder lekker’. Waar hebben jullie de meeste boodschappen van? Hoe komt het dat sommige boodschappen die gekocht zijn niet lekker smaken? Het kan bijvoorbeeld zijn dat deze niet bedoeld zijn om zo te eten, maar om ergens aan toe te voegen, zoals bijvoorbeeld zout. Maar het kan natuurlijk ook zijn omdat smaken verschillen! 
  • Proef samen een aantal producten, die zout, zuur en zoet zijn. Wat vind je lekker? Waarom? Praat er tijdens het middag- en avondeten over door. Welke smaak heb je op je boterham gesmeerd? Hoe smaakt het avondeten? 
  • Maak een kleine tafel vrij in huis en laat uw kind hier een restaurant van maken. Gebruik materialen die in huis zijn: met borden en bestek kan uw kind de tafel dekken. Een tafelkleed kan uw kind zelf maken van papier. Leg ook een notitieboekje en een pen neer om de bestelling op te kunnen nemen. Denk bijvoorbeeld ook aan een dienblad, een keukenschort en een menukaart. Misschien heeft u ook ruimte om uw kind het eten klaar te laten maken? Een keukentje met pannen, pollepels en een garde spreken vaak tot de verbeelding. Het is natuurlijk erg leuk als u als gast in het restaurant komt eten!  Maar wissel ook eens van rol.  
  • Laat uw kind de tafel dekken. Wat ligt waar en waarom? Maak samen het eten klaar en leg het eten op een feestelijke manier op de borden. Kan uw kind de borden als een echte ober komen brengen als jullie aan tafel zitten? 
  • Samen met uw kleuter thuis oefenen wat hij op school leert? Kijk dan eens op www.zwijsen.nl/thuisoefenen.   

 

Van thuis naar school 

  • Geef uw kind twee grote vellen papier en enkele folders over etenswaar, zoals folders van de supermarkt, de bakker of bijvoorbeeld de groenteboer. Schrijf boven één vel papier: ‘Dit vind ik lekker om te eten’ en boven het andere vel papier ‘Dit vind ik niet zo lekker om te eten’. Laat uw kind de plaatjes uitknippen of uitscheuren (rondom de vorm). Vraag uw kind terwijl het een plaatje opplakt, waarom het plaatje op dat vel een plaats krijgt.  

 

In de klas praten we verder over eten dat de een wel lekker vindt en de ander niet. En we praten er ook over dat iedereen een andere smaak kan hebben. 

Vriendelijke groeten,

Melanie en Sophie